Samen eten, samen verbinden

De etensbijeenkomst is bedoeld om bewoners op een laagdrempelige, warme en informele manier met elkaar in contact te brengen. Samen eten verbindt namelijk, het maakt gesprekken vanzelfsprekender, legt drempels lager en brengt mensen op een gelijk niveau. De bijeenkomst helpt mensen hun persoonlijke verhaal te delen. Iedereen speelt een gelijke rol en omdat iedereen zijn eigen bijdrage kan leveren, kan iedereen iets toevoegen op zijn eigen manier.  De etensbijeenkomst creëert een warme setting waarin bewoners elkaar écht zien dus niet alleen als buurtgenoot, maar als mens met verhalen, herinneringen en tradities.

Omdat koken voor een grote groep moeilijk kan zijn, neemt iedere deelnemer een gerecht mee dat iets persoonlijks vertegenwoordigt en gekoppeld is aan het gemeenschappelijke thema. Dit maakt de bijeenkomst intiemer en verdiept de gesprekken.

 

Hier zijn wat voorbeelden van thema’s die je kan toepassen: 

  1. Feest op tafel- Neem eten mee dat jou moet denken aan feestdagen. Of dat nou het Suikerfeest, kerstmis of Sinterklaas is maakt niet uit.  
  2. Eten van vroeger- Neem eten mee dat je koppelt aan een mooie herinnering van toen je jonger was.  
  3. Rond de wereld- Neem eten mee uit een andere cultuur dat je altijd al hebt willen proberen. Zo komt er variatie en ontstaat nieuwsgierigheid. 
  4. Familieboom- Neem eten mee geïnspireerd op een familierecept. Bijvoorbeeld iets wat je oma maakte, of een recept dat al jaren in de familie zit. 

Deze vragen helpen deelnemers om direct een gesprek te starten over hun gerecht, hun herinneringen en hun achtergrond. De bijeenkomst kan op verschillende plekken georganiseerd worden, denk bijvoorbeeld aan een buurthuis of wijkcentrum, een grote woonkamer bij iemand thuis en buitenruimte zoals een plein of binnentuin (met name in de zomer). Belangrijk is dat het een gedeelde, open en toegankelijke plek is waar bewoners zich welkom voelen.

Voorgestelde structuur

  1. Welkom (10 minuten): Begin de bijeenkomst met een korte introductie door de organisator. Leg het idee uit: samen eten, samen verhalen delen, elkaar beter leren kennen. Doe eventueel een kleine “ijsbreker”, zoals iedereen laten zeggen welk gerecht ze hebben meegenomen.
  2. Eten neerzetten en rondlopen (10–15 minuten): Iedereen zet zijn gerecht niet op een tafel voor het lopend buffet. Plaats kaartjes bij de gerechten met: naam van het gerecht + jouw naam. 
  1. Proeven & praten (45–75 minuten): Laat iedereen vrij rondlopen, proeven en met elkaar in gesprek gaan. De vragen over het eten geven automatisch gespreksstof: Waarom heb je dit gerecht gekozen? Welke herinnering hoort erbij? Van wie heb je dit recept geleerd? Hoe eet jij dit thuis? 
  1. Afsluiting (10 minuten): Vragenrondje: “Wat heb je vandaag ontdekt of geleerd?”